NATIONALE HYMNEN VOOR VREDE

Tijdens de zomer van 2024 mochten we even grootschalige als boeiende als uitstekend georganiseerde sportevenementen meemaken. Olympische Spelen, EK voetbal, Ronde Van Frankrijk. Daarbij rijkelijk vertoon van vlaggen en nationale hymnen. Enige traditie en enige geëmotioneerde nationale trots, op toon gezet door een in regel gezwollen klankbeeld van trage blaasinstrumenten, horen erbij en mogen erbij horen.

Het meervoudig verlichte Frankrijk was gastland voor de Olympische symboliek van internationale zuster- en broederschap tussen volkeren.
Door de zin ‘aux armes, citoyens’ met gescherpte aandacht te laten doordringen, opende ik een doos van Pandora in mezelf. Te vaak had ik neuriënd meegedreven op de herkenning van de melodie, zonder terdege na te gaan welke boodschap ik sinds lang met de woorden internaliseerde.

Zou het tot atleten op hun schavot als winnaar of op een voetbalplein doordringen dat ze bij het bezingen van hun land soms hun sportieve opponent naar het leven staan? Met de vlakke hand op het hart. Als deze topsporters het niet beseffen, wat dan met de massa aanwezigen in stadions en pleinen?

DE MINZIJDE

Een anachronisme
Met een volkslied dat niet meer van deze tijd is kan ik leven. Het is de minste van alle nationalistische kwalen. Zoveel liever altmodische romantiek dan modernistische vlotte nietszeggerij. Onze Nederlandse bovenburen en ons eigenste kleine België tonen zich Wiertzwaardig groot in hun hoogdravend gezang. Zelfs geheel los van enige actualiteitswaarde, mogen we ons durven afvragen wat zinnen als ‘heilig land der vaad’ren’ – ‘Onze ziel en ons hart zijn u gewijd’-‘Het bloed van onze adren’ bij jong en oud nog aan betekenis oproepen. Dat geldt in gelijke mate voor Het weledele Wilhelmus van Nederland. ‘Ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd.’ – ‘Mijn God, wil doch bewaren den trouwen dienaar Dijn, dat zij mij niet verrassen in hunnen bozen moed, hun handen niet en wassen in mijn onschuldig bloed.’ Enzovoort enzoverder.
Twintig jaar geleden zou den geëerde koning van Hispanië Juan Carlos als naam hebben gedragen. Er zijn kwalitatief betere referenties denkbaar om altijd te eren.

Omdat de Belgisch-Nederlandse gezangen overduidelijk de tand van onze tijd niet doorstaan, beperk ik me tot amper deze twee nabije landen en in mijn illustraties. Onze lage landjes zijn zeker niet de enige waarvan de hymne kreunt onder de barokke zinskrullen uit een achterhaalde historie.

Onbegrijpelijk
Meerdere liederen bulken van verwijzingen naar de landelijke geschiedenis en lokale historische figuren.
Vaak behoren deze gebeurtenissen of personages tot een ver verleden.
Even een snelle greep uit beroemdheden en helden die aan het hypernationale liedboek hun opgang of bezongen vermelding te danken hebben: Mátyás, Ferruccio, Bendegúz. Marshall Wade, Árpád. 
Het is zelfs de vraag of deze namen in eigen land nog iets oproepen. Hetzelfde doet zich voor met plaatsnamen, verwijzingen, heiligen, goden, gebeurtenissen. Sindh, Erinn, Gujarat, Bayamo, Maratha, Dravid, Orissa, Vindyas, Yamuna, Ballila, Legnano, Baekdugebergte, Tisza, de Koemaanse velden, Toka.

Wij, mensen, weten steeds meer en kunnen veel opzoeken. Wel sympathiseert men zingend vermoedelijk sneller met buitenlandse gezangen als men daarvoor Wikipedia niet in aanslag hoeft te hebben.

Grootsheid en superioriteit
Wat aan dit en volgende hoofdstukken aan de minzijde voorafgaat is eerder onschuldig. Een misvatting. Taal.
Vanaf hier gaat het steil nationalistisch bergaf richting collectief schuldig verzuim. Het kan geen toeval zijn dat in de lofdichten het aantal [dubbele] uitroeptekens en bekrachtigende herhalingen van kerngedachten niet te tellen is.
‘Eigen lof stinkt’ wil het spreekwoord. Toch het overwegen waard als men landgenoten dwingt of oproept tot een nationale meezinger met een kwalijke adem.

De meest beangstigende verwoordingen hebben een letterlijk te nemen grensoverschrijdend karakter. Ze drukken een eigen gebiedsafbakening en -uitbreiding uit, geopolitieke aanspraken. Vanuit onredelijke en een onredelijk hoog aantal uitgeholde legitimaties of aanspraken, die men eindeloos kan aanvullen. Geschiedenis, recht, economie, bedreiging, bescherming van taalkundige minderheden. Ga zo maar door. Zogenaamde grote leiders – in hun kleinheid – pakken breed uit met hun volksverbonden drijfveren maar zwijgen in alle talen over eigen individuele glorie, deel uitmaken van het grote geschiedenisboek, idiote machtsdrang. Wie oorlog wil vindt altijd wel een reden om miljoenen anonieme burgers te offeren. Wie ‘vernietiging’ in het volkslied laat inschrijven, rust of sterft niet vooraleer haar of [vooral] zijn praalgraf koud omringd is door massagraven aan onschuldige anonieme doden. 

‘Afrika, laat haar roem tot in de hemel reiken’ [Zuid-Afrika] – ‘Laat de lauweren voor eeuwig zijn’ [Argentinië] – ‘Haast je voor glorie en suprematie’ [Saoudi-Arabië] – ‘Servische glorie, nieuwe pracht’ [Servië] – ‘Het veelgevierde Oostenrijk’ [Oostenrijk] – ‘In full glory reflected, now shines in the stream: Tis the star-spangled banner’ – ‘Deutschland über alles, über alles in der Welt’ [Duitsland] – ‘Wees glorieus, ons land! […]. Vanaf de zuidelijke zeeën tot het poolgebied.’ [Rusland] – ‘een volk […] waarvan de roem rond zal gaan’ [Australië] – ‘Moge de natie, het land en de staat glanzen in eeuwige glorie’ – ‘Laten we uw schittering zingen en uw hoge feiten verkondigen. [Rwanda].

Vijandmodel
De geïllustreerde tijdslijnen die we vanaf het lager onderwijs op meterslange banden papier als huistaak kregen, maakten de jeugdige versie van mezelf al duidelijk dat in nationale geschiedenissen vooral geen lijn te trekken was. Volkeren kregen te maken met invasies, bezetting, verovering, ontheemding, destructie, gerichte of willekeurige machtsbeslissingen, revolutie, repressie en – al of niet tijdelijke – bevrijding. Om de helletoestanden uit het nieuws van de dag niet te noemen kunnen Nagorno Karabach, Hong Kong, Aleppo en Haïti in hun uiterste beperktheid volstaan om ons eraan te herinneren dat de mensheid helaas niet wijzer wordt.

Een ander dan het eigen land krijgt in die perceptie snel de kwaadaardige rol van belager. Meermaals bij naam genoemd. Volksliederen zijn vaak momentopnamen, meermaals gekoppeld aan een ervaren van bevrijding, lotsverbetering, vernieuwing. Een terugvinden van een veronderstelde identiteit, een gezamenlijk doel.

De internationale gemeenschap is op haar sterkst in vergeten. Tien jaar na wat men de feiten noemt zal de uitgedunde natuur, gierend van plezier, zich overheen alle kortstondige tragische mensenhistories en hun collectieve moordmachines gewoekerd hebben.

‘De pijlen der plunderende Mongolen bracht U nu eens over ons en ’t slavenjuk der Turken’ [Hongarije]
‘Contre nous de la tyrranie, l’étendard sanglant est levé’ – ‘l’antique esclavage’ – ‘vils despotes’ – ‘tremblez tyrans’ [Frankrijk] – ‘gedurende eeuwen werden wij vertrapt en bespot’ -‘het zwaard van de huurlingen ‘ – ‘de Oostenrijkse adelaar heeft reeds zijn veren verloren. Het bloed van Italië en dat van de Polen heeft hij gedronken met de Kozakken’ [Italië]– ‘the foe’s haughty host’ – ‘their foul footsteps’ pollution’ [VS] ‘onze vijanden zullen verdwijnen als de dauw in de zon’ [Oekraïne] – ‘scatter his enemies and make them fall, confound their politics, frustrate their knavish tricks’ – ‘grant that Marshall Wade, like a torrent rush rebellious Scots crush [GB – inkortingen auteur].

Militaire logica
Bij meerdere liederen ziet men rijen moedige soldaten in kolonnes voorbijmarcheren, een onzichtbare tegenstander tegemoet. Ze hebben grond en natie te verdedigen. Ze vertegenwoordigen het hele volk, tenminste de sterkste kant ervan. We zien loopgraven, solfer en geroep. Begrippen als ‘bataljon’ en ‘cohort’ kleuren het tafereel volledig in. 

‘Trotseer het geweervuur van de vijand, voorwaarts! Voorwaarts! Voorwaarts! Mars!’ [China] – ‘Mexicanen, op de roep van de oorlog, weest gereed om het zwaard en de teugels te grijpen. Laat de aarde tot in het binnenste beven door het geluid van een brullend kanon. Als een buitenlandse vijand het aandurft met zijn voetstappen je grond te bezoedelen, denk dan, oh geliefd Vaderland, dat de hemel je een soldaat in elke zoon heeft gegeven.’ – ‘O! Soldaten, jullie zijn de voorhoede des volks.’ [Mexico] – ‘Soldaten zijn we, ons leven Ierland toegewijd. Voor Erins zaak, pijn of striem door kanonnen of geweren. We zingen ’t soldatenlied.’ [Ierland] – ‘Wanneer de dagen van strijd aanbreken, voer hem naar de overwinning.’ –

‘Snel naar de oorlog, mannen van Bayamo, want het thuisland kijkt trots naar jullie.[…]. Hoor de trompetten roepen: Snel, helden, naar de oorlog. Dappere Cubanen, laat ons strijden, en de oorlogskreten weerklinken. […] En als de trompet blaast: ten aanval zullen wij zij aan zij strijden en een eervolle overwinning behalen.’ [Cuba] – Where the foe’s haughty host?’ [VS – herh.] – ‘mijn ruiters zag men draven zeer moedig door dat veld.’ [Ndl] – ‘Sluit de rijen tot een cohort.’ [Italië].

God aan onze zijde
In tal van hymnen neemt één God uit het veelkleurige godendom de bescherming op van de hele natie. Het vormt evenzeer een intern rust- of lichtpunt als een afgrenzing tegenover anders georiënteerde religies. Een aantal landen richten zich rechtstreeks tot God, maken van hun hymne een gebed, een verzoek. Het Wilhelmus Van Nassouwe is dan weer een persoonlijk gebed van de prins in vijftien [hier is een uitroepteken gerechtvaardigd] coupletten.
Zolang wij, mensen, toelaten of institutionaliseren dat de ene God goddelijker is dan een andere God, geven we de strijd om het allerhoogste gelijk alle kansen en blijven de heilige [burger]oorlogen, middeleeuwse kruisvaarten, kalifaten en religieuze republieken latent en manifest woeden.

‘Eenheid en liefde openbaren zich aan het volk, het pad des Heeren. Wij zweren te bevrijden de grond van onze natie, verenigd door God. Wie kan ons overwinnen?’ [Italië] – ‘Oh Vaderland […] in de hemel is je eeuwige toekomst door de vinger van God opgeschreven.’ [Mexico] – ‘Deze vlag van de halve maan en de ster […] symbool van de bescherming van de Almachtige.’ – ‘Ons prachtige en dierbare land […]. Onschatbaar erfgoed, dat God voor u beschermt.’ [Rwanda* –

‘Zegen, Here God, zegen Afrika. Laat zijn roem tot in de hemel reiken. Hoor ons in onze gebeden aan. Here, zegen ons, zegen uw kinderen. God, wij vragen u, bescherm ons volk. Grijpt u in en beëindig alle strijd. Bescherm ons, bescherm ons volk.’ [Zuid-Afrika] – ‘Verheerlijk de schepper van de hemelen.’ [Saoudi-Arabië] ‘Wees glorieus, ons land […], beschermd door God’ – ‘zegen, Here God, zegen Afrika, laat haar roem tot in de hemel reiken. Hoor ons in onze gebeden aan. Zegen ons, zegen uw kinderen. God, wij vragen u, bescherm ons volk’ – ‘Chili met je blauwe lucht, pure winden die over je waaien en je veld versierd met bloemen is een mooie kopie van eden. Majestueuze met sneeuw bedekte bergen die door god als een geschenk zijn gegeven.’ – ‘God, zegen de Hongaren met goede zin en overvloed. Reik hun uw beschermende arm als ze strijden met de vijand.’ – ‘God der gerechtigheid, u die ons tot heden van de ondergang hebt gered, hoor ook nu nog onze stemmen en wees steeds onze verlosser. Leid en bescherm met machtige hand ’t schip der Servische toekomst. God, red, o God, behoed ’t Servisch land en ’t Servisch ras!’ [Servië] – ‘En dit is ons motto: ‘In God is ons vertrouwen’ en de met sterren bezaaide banier zal triomfantelijk wapperen over het land der vrijen en het thuis der dapperen!’ [VS]

In Groot-Brittanië lijkt de door God begenadigde koning God op aarde. Met het Britse volk als ondergeschikt decor. ‘God save our gracious King. Long live our noble King […]. O Lord, our God, arise. Scatter his enemies and make them fall. Confound their politics, frustrate their knavish tricks. On thee our hopes we fix: God save us all.’
Op die manier lijken alle Britse onderdanen het koningshuis de grootst mogelijke evidentie toe te kennen. De republiek komt niet bij hen op.

Het jonge leven geven
Voor God en vaderland. Oorlogskerkhoven overal ter wereld bieden meer eresaluut dan anonieme massagraven. Voor beide geldt de gewijde stilte van dood en verderf. Van zestienjarigen die de dood zijn ingejaagd.
Welke impliciete boodschap dragen liederen uit die kanonnenvoer en zinloos lijden rechtvaardigen, zin geven, een hogere betekenis toekennen? Liederen die zich vooral niet afzetten tegen dergelijk afschuwelijk lot.
‘Duizenden zielen werden voor je geofferd. Je werd een slagveld. Soldaten hebben hun leven voor je gegeven. Ze worden helden.’ [Azerbeidjan] – ‘Onze jeugd zal niet moe worden, tot uw onafhankelijkheid. Of ze zullen sterven.’ [Irak] – ‘Snel naar de oorlog, mannen van Bayamo want het thuisland kijkt trots naar jullie. Jullie hebben geen angst voor een glorieuze dood, want om te sneuvelen voor het land is om te leven.’ [Cuba] – ‘Daarna zo doet verlangen mijn vorstelijk gemoed: dat is, dat ik mag sterven met eren in dat veld, een eeuwig rijk verwerven als een getrouwen held.’ [Nederland] – ‘Sluit de rijen tot een cohort, wij zijn tot de dood bereid.’ [Italië] – ‘Trotseer het geweervuur van de vijand, voorwaarts.’ [China] – ‘Vaderland.
Je zonen zweren hun adem uit te blazen op je altaar als de klaroen met zijn oorlogszuchtige toon hen oproept waardig te strijden […]. Voor hen een tombe van eer.’ – ‘Oh, Gekoesterd land van moedige kinderen, we zijn bereid om ons leven voor je te geven, we zijn bereid om ons bloed aan je te geven […] [Mexico].

Overheersing en kolonisatie
Annexatie, afhankelijk maken, uitbuiting, tirannie, overheersing zijn historisch overduidelijk van vele tijden die onze generatie voorafgaan. De huidige economische exploitatie, veelal gekanaliseerd via zichzelf schaamteloos verrijkende machthebbers, is daarvan de vileine, want minder zichtbare optimalisering. Men vat het vandaag samen als vrijwillige en constructieve economische samenwerking. Alsof het om koopbare voetbalploegen gaat krijgen economisch zwakkere naties leningen op lange termijn toegekend die die landen onmogelijk kunnen aflossen.
In hymnen is het afgooien van het juk een terugkerend thema. Kleinere naties spreken zich daarbij moed in, al of niet in de wetenschap dat ze daarmee hun krachten overschatten, dat ze bij eventueel nieuw conflict bij voorbaat verloren zijn.
Wie het eigen numeriek manifest zwakkere volk – zeg maar het leger – onoverwinnelijk noemt, wekt valse hoop en zoekt problemen. 

‘You overcame the colonial-imperialistic yoke that has devastated Africa entirely’ [Rwanda] – ‘Sta op, mensen die slaven weigeren te zijn’ – ‘trotseer het geweervuur van de vijand’ [China] – ‘Gedurende eeuwen werden wij vertrapt en bespot’ [Italië] – ‘We will drink from death and never be to our enemies like slaves. We do not want an eternal humiliation nor a miserable life’ [Irak] – ‘En ’t slavenjuk der Turken’ [Hongarije] –

Wreedheid
Ouders tonen zich vandaag met reden erg bezorgd over de nefaste invloed van toenemend geweld in de beeldcultuur. Diezelfde ouders doen er goed aan de teksten van hun nationale hymnen vóór het zingen te toetsen op gruwel. Al in de eerste strofe levert de Marseillaise ons een representatief staal af. ‘Entendez-vous dans les campagnes, mugir ces féroces? Ils viennent jusque dans vos bras égorger vos fils.’ Wel degelijk: kelen. De vluchteling verborg zich […], overal keek hij maar hij vond niet. […], smart en wanhoop naast hem, plassen bloed onder zijn voeten, boven hem een zee van vuur [Hongarije] – ‘We zullen drinken van de dood’ [Irak].
De brutale consequentie van bloed en bodem. Helaas ook de optelsom, de afrekening.

A Man’s Man’s World
‘But it wouldn’t be nothing, nothing without a woman or a girl.’ En toch krijgt de vrouw in de hymnen – als ze er al in voorkomt – een hoogst stereotiepe plaats. Hoe dan ook is er een voortdurende gerichtheid op vaders, zonen en broederschap.
Enkel al de betiteling ‘vaderland’ is betekenisvol. In Rwanda bezingt men het moederland, weliswaar als ‘moederlijke boezem van ons allen.’
‘Duitse vrouwen, Duitse trouw, Duitse wijn en Duitse zang moeten in de wereld behouden hun oude mooie klank, ons tot edele daad bezielen, ons hele leven lang.’ [Duitsland] – ‘Lord make the nations see that men should brothers be and form one family, the wide world over.’ [GB].

In het Duitse volkslied vinden we al te opzichtig het Wein, Weib und Gesang terug. In de Engelse versie is van de vrouw zelfs geen sprake.

DE PLUSZIJDE

De natuur
Meerdere hymnen bezingen de natuurlijke schoonheid van hun land. Het is een universeel en verbindend thema.
Het vormt ook een uitstekende basis voor een loflied dat niemand kwaad doet en zorg draagt voor de toekomst.
De natuur is omnivalent, vertoont zich in de grootst mogelijke verscheidenheid en heeft wereldwijd bescherming nodig wil de veelvraat Mens niet alle plaats opeisen.

‘Waar de golven ruisen Van de Tisza en de Donau […]. Omwille van ons op de Koemaanse velden deed U de aren wiegen. De wijnranken van Tokaj deed U van nectar druipen.’ [Hongarije] – ‘Land van bergen, land aan de rivier,

land van velden.’ [Oostenrijk] – ‘Water bruist door de weiden, dennenbossen ruisen over de rotsen, in de tuin glanst de lentebloesem, aanblik van het aardse paradijs.’ [Tjechië] – ‘Uit het blauw van onze hemel, uit de diepte van onze zee, over onze eeuwige gebergtes, waar de rotsen antwoord geven, klinkt de roep om samen te komen.’ [Zuid-Afrika] – ‘Chili met je blauwe lucht, pure winden die over je waaien en je veld versierd met bloemen, is een mooie kopie van eden. Majestueuze met sneeuw bedekte bergen die door god als een geschenk zijn gegeven en de zee die je reinigt, die je een gunstige toekomst zal geven.’ [Chili].

Poëzie
Midden veel taalgeweld kan men ook een ruim aantal zinnen of beelden vinden die met een bijzonder fijnzinnige pen genoteerd zijn en die daarmee wellicht sterk de beleving van een volk uitdrukken.
‘Je ligt midden het continent, als een sterk hart.’ [Oostenrijk] – ‘De zee die je reinigt.’ [Chili] – ‘Tot stenen rotsen worden bedekt met mos.’ [Japan] – ‘Fontein van vrijheid, bron van licht. Waar soevereiniteit en veiligheid elkaar treffen.’ [Marokko].

Goede voorbeelden
De erg beperkte selectie die volgt is mijn persoonlijke selectie en inhoudelijk onvermijdelijk subjectief. ‘Wat spreekt me als tegelijk landsburger en wereldburger aan?’ – ‘wat raakt me?’ waren de eenvoudige vragen die ik me stelde.
In die beoordeling herken ik bij mezelf het zoeken naar een hogere waarde, die zich voor mij niet noodzakelijk vertaalt in een goddelijke kracht. Wel opnieuw in wat mensen en volkeren met elkaar verbindt, wat ze met elkaar gemeen hebben. In mijn sterk vermoeden ligt in de teksten die mijn positieve aandacht gewekt hebben, ook vaak diepe pijn ingebed [Japan, bvb].
De sublimatie daarvan is dan waardige sublimatie zonder ontkenning. Telkens weer benadrukken de teksten in hun algemeenheid of in de fijne trekken van hun taalpenseel het schone en goede in mens en omgeving. Soms neem ik bewust niet de hele tekst op. De geschrapte strofen maken dan deel uit van de argumenten in mijn negatieve balans. De strofen die ik heb behouden, dienen dan als goed voorbeeld voor een eventueel vervolg in de tekst. Soms duikt een tekst of een tekstdeel op dat voor mij het eerder negatieve beeld van een land – al of niet aangepraat via de media – corrigeert. Als in veel vrije kunst en vrije cultuur komt telkens terug ‘we zijn mensen’ – ‘in onze verschillen zijn we mensen met gemeenschappelijke waarden.’

Onvermijdelijk zullen in de opsomming herhalingen met vorige hoofdstukken voorkomen.

‘Totdat stenen rotsen worden, die bedekt zijn met mos.’ [Japan – herh.] – ‘Uit het blauw van onze hemel, uit de diepte van onze zee, over onze eeuwige gebergten, waar de rotsen antwoord geven, klinkt de roep om samen te komen.’ [Zuid-Afrika] – ‘Fontein van vrijheid, bron van licht, waar soevereiniteit en veiligheid elkaar treffen.’ [Marokko] – ‘Mijn vaderland. Majesteit en schoonheid, verhevenheid en pracht zijn in uw heuvels. Leven en verlossing, plezier en hoop zijn in uw lucht. Wanneer zal ik u zien? Veilig en welvarend, […] zal ik u zien in uw eminentie, de sterren bereiken?’ [Irak] – ‘Land van bergen, land aan de rivier, land van velden, land van kathedralen, land van hamers met een mooie toekomst. Thuisbasis van geweldige dochters en zonen, mensen die begaafd zijn voor het mooie. […] Je ligt midden op het continent als een sterk hart […] Zie ons vrij en trouw wandelen, blij om te werken en hoopvol.’ [Oostenrijk] ‘Chili met je blauwe lucht, pure winden die over je waaien en je veld versierd met bloemen is een mooie kopie van eden. Majestueuze met sneeuw bedekte bergen die door god als een geschenk zijn gegeven en de zee die je reinigt, die je een gunstige toekomst zal geven.’ [Chili] –

‘Waar is mijn thuis? […] Water bruist door de weiden, dennenbossen ruisen over de rotsen, in de tuin glanst de lentebloesem. Aanblik van het aardse paradijs. En dat is dat mooie land, Tsjechische land, mijn thuis.’ [Tjechië] – ‘Respect voor burgerschap is groot in ons Ethiopië. Nationale trots wordt gezien, schijnend van de ene kant naar de andere, voor vrede, voor gerechtigheid, voor de vrijheid van volkeren. In gelijkheid en liefde staan wij samen. Sterk op de grondvesten […]. Wij zijn mensen die leven door te werken. Wonderschoon is de traditie, maagd van trots erfgoed, moeder van natuurlijke waarden, moeder van moedige mensen. Wij zullen U beschermen – we hebben een taak. Ons Ethiopië, leef en laat ons trots op je zijn.’ [Ethiopië] – Laat de morgen schijnen over het zilver en goud van dit land. Deze wereld met natuurlijke schoonheid.

Dit is mijn prachtige vaderland. De glorie van wijze mensen, opgevoed in een schitterende cultuur met een vijf millennia lange geschiedenis. Laten we onze lichaam en geest wijden aan het voor eeuwig aanmoedigen van dit Korea. […] We nestelen ons in de geest van de arbeid, de sterke wil, verbonden met eerlijkheid […]. Dit land is ontstaan door de wil van de mensen.’ [Noord-Korea] – ‘Saba, gij rijst op uit de oceaan, met bergen en hellingen zo steil. Hoe kunnen wij u bereiken om u te begroeten, eiland van de zee, ruw en diep? Kom, laat ons naar de roeiers kijken met hun gezichten zo vredig en kalm. Leid ons nu veilig door de branding, breng ons zonder schade aan wal. […] Zullen herinneringen van uw schoonheid overblijven, mochten wij ver van u rondzwerven? Uw wegen klimmen allemaal steil tussen de groene heuvels door. Tot aan de allerlaatste bocht. […] De scène is een pittoreske vallei met bloemen zo welriekend en fijn. Dit landschap van betovering prent schoonheid in de geest in. […] De mist en de zeebries vermengen zich met elkaar en verfrissen de lucht om van u, Saba, zo kostbaar, een gezonde en welvarende sfeer te maken. […] Vriendelijk en lieflijk, al is het klein.’ [Saba].

DE ZWIJGERS [HEBBEN MISSCHIEN ONGELIJK]

Zonder Woorden
Spanje heeft de begrijpelijke keuze gemaakt om het bij een melodie te houden. Dit wortelt opnieuw in de pijnlijke burgeroorlog die de bevolking getroffen heeft en het tot vandaag sluimeren van een onderdrukkend Franco-regime.
De weinige andere landen die zichzelf van tekst gevrijwaard hebben, roepen gelijkaardige ontvlambaarheid of impasse op: Bosnië, Herzegovina, Kosovo.
Voor het even schilderachtige als exemplarisch vreedzame San Marino [communisten, socialisten en christen-democraten vinden elkaar beleidsmatig in het belang van hun land] zie ik dan weer geen reden om niet eendrachtig op een tekst te zoeken.
In zwijgen – in Spanje moet veel verzwegen worden – vind ik geen oplossing. Zorgvuldig gekozen en gedeelde woorden kunnen verbinden, bieden kracht.

VOORLOPIGE BALANS

We leven vandaag in een andere tijdsgeest dan honderd tot vijftig jaar geleden. Hoewel men vaststelt dat nationalistische tendensen toenemen, lopen deze ontwikkelingen achter op de multiculturele en geïnternationaliseerde wereld waarin we in de feiten leven. De veelkleurigheid binnen landsgrenzen heeft gemaakt dat de band tussen natie en burger – behalve bij hardliners – veel minder scherp is geworden. Dat veel – al of niet later genationaliseerde – sporters de nationale hymne niet meezingen, de woorden niet kennen of zich zelfs misprijzend gedragen, zou dit kunnen aanwijzen. Het is hen als kind niet aangeleerd. Het spreekt hen – wel vaker behoorlijk zichtbaar – niet aan [soms is het aankijken tegen een negatieve, hooghartige, egocentrische afwijzing].

Met deze vaststelling heb ik vooral niet genoteerd dat men – met oog voor onze onzekere toekomst – nationale erkenning, identiteit en gezamenlijke geschiedenis dan maar best ieder belang of relevantie ontzegt. Verbindende kenmerken, een landelijk dak boven het hoofd, een welbevinden binnen grenzen, kan van waardevolle betekenis zijn. Ontheemding is voor niemand een goede zaak.
Een mogelijke humane grensoverschrijding bevindt zich op de zere plek waar nationalisme en patriottisme synoniem worden voor landelijke tot regionale uitsluiting en discriminatie.

Als aangegeven in deel één van mijn betoog, kampen te veel anthems anno 2024 met een ernstig imagoprobleem.
Zo is het voor onze democratieën zo cruciale begrip ‘vrijheid’ veelal synoniem voor een bevochten, herwonnen of blijvend te bevechten bevrijding of onafhankelijkheid. Bij te veel liederen vinden we de sfeer terug van wapperende banieren, grootsheid, vlaggen, trompetten, speren, overwinning. Dat bvb het Servische volkslied het begrip ‘ras’ laat uitzingen, introduceert een moeilijk definieerbaar onderscheid eigen-niet eigen, dat bijzonder kwalijke herinneringen kan oproepen.

Net als de milieubewegingen staan vandaag alle vredesbewegingen onder zware druk. Men doet er nog meer minnetjes over dan vijftig jaar geleden. De wereld oogt behoorlijk in de war. ‘War’ ook als opgezweept, oorlogsrijp gemaakt, angstig.

Het zou een geruststellende ontwikkeling zijn volksliederen te zien kiemen die verzoening, een glorieuze universele vredeswil uitdrukken.

De achterliggende gedachte is de bevrijding van iedere oorlogsgedachte. Het is de hoop die ik durf koesteren: dat alle volkeren, los van hun machtsgedreven leiders, vrede en geborgenheid willen. We leven onder dezelfde zon, met een prachtige, gevarieerde natuur, die wel groeikrachtig woekerend kan zijn maar niet ‘van aard’ vijandig.

Een voorzichtige aanzet
Een anthem, als ook een muzikaal onderscheidend gegeven, blijft betekenisvol. Het is ook opnieuw wat de geschiedenis ons leert. In een aantal landen gingen referenda aan de keuze vooraf, vonden minstens grondige parlementaire besprekingen plaats.

Willen we in onze liederen een universele vredeswil uitdrukken, kunnen voorafgaandelijke criteria, bepaald door een gezaghebbend orgaan als de Verenigde Naties een behoorlijke hulp zijn.

Aandachtspunten die men daarbij alvast in overweging kan nemen:

  • Een zo universeel mogelijke inhoud [in de eigen landstalen].
  • Tekst en muziek
  • 1 tot 2 strofen + refrein
  • Niet tijdsgebonden
  • Uitdrukking van de vredeswil en van verzoening
  • Het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bij de hand of als inspiratie
  • Begrijpelijk voor iedereen. Dit houdt ook in dat historische gebeurtenissen of figuren best een internationale en positieve reputatie oproepen. Figuren als Dante, Marie Curie, Martin Luther King, Newton, Boeddha, Nelson Mandela, Einstein, Descartes, Pythagoras, Plato, JS Bach – om het bij deze greep te houden – overstijgen de grenzen van hun land en roepen meteen herkenning op. Tot onze menselijke verwezenlijkingen behoren de maanlanding, de oprichting van de Verenigde Naties, het malariavaccin, de gelijkheid tussen vrouw en man.
  • Democratische besluitvorming. SWOT-analyse.
  • Inter-religieus. Niet één religie, leer of God boven andere.

Mijn Plaats Kennen
Mijn bijdrage munt uit in onvolledigheid. Na overweging heb ik beslist de meeste teksten met behulp van Google translate te vertalen naar het Vlaams. Iedere vertaling houdt het risico van foutenlast en misinterpretatie in. Dit is voor zowel auteur – met excuses – als lezer voor lief te nemen. Een grondige analyse gaat mijn fysieke en intellectuele krachten te boven. Meer dan een aanzet heb ik niet willen geven. Verdere studie en concretisering vereist een uitgebreide, multidisciplinaire en specialistische équipe, gesteund door gezaghebbende organen als de Verenigde Naties, De Afrikaanse Unie, het Europees Parlement en andere. Voor één keer bepleit ik een resolute korte termijnaanpak. De bedreigde wereldvrede is in het geding. Alle baten helpen. Dit vereist in de weinig opbeurende context van vandaag – wat modieus heet – een sense of urgency.

Willi Huyghe

Hetzelfde artikel in een veel betere lay out: 2025 – 03 – 20 – Anthems – VL – DVDV – ZHoofding

Geef een reactie

DE HELAASHEID VAN ‘DE WERELD MORGEN’


Gedurende vijftien jaar heeft De Wereld Morgen een eigen plek aangehouden in het journalistieke tableau. Naast een redactionele inzet, liet het platform ook ruimte voor vrije bijdragen [wat modieus benoemd als ‘community’]. Deze conceptuele keuze is rijk aan gedachtengoed over onder meer elementaire democratische correctie op welke politieke of ideologische waan van de dag ook.
Veel maanden geleden kondigde de redactie een vernieuwde website aan. De operatie zou zo’n €30.000 kosten. Daartoe was een fondsenwerving vereist. Iedere burgerjournalist uit de ‘community’ kreeg de vraag om deze fondsenwerving te steunen door aan ieder artikel een – tekstueel wat immature – oproep toe te voegen. Graag gedaan.

Content versus niet content
Op vrijdag 8 augustus – strategisch midden vakantie-, festival- en komkommertijd neergepoot – kregen de burgerjournalisten volgend kort bericht in de digitale brievenbus [ondergetekende veroorloofde zich een paar subjectieve onderstrepingen]:
Beste Community,
In september lanceren wij een nieuwe website voor DeWereldMorgen. De nieuwe site wordt niet alleen visueel frisser, maar krijgt ook een scherpere redactionele focus. Dat betekent een herstart met een duidelijkere lijn in de content die we brengen.
Helaas betekent dit ook dat we de bestaande blogaccounts niet kunnen overzetten. We vinden dat jammer, want we weten hoeveel tijd en inzet er in die bijdragen is gestoken. We willen je dan ook van harte bedanken voor jouw engagement en bijdragen tot nu toe.
Je blogaccount blijft nog actief tot 31 augustus 2025. Tot die datum heb je de mogelijkheid om je artikels op te slaan of te archiveren. Na die datum gaat de oude website offline, waardoor de blogaccounts en bijbehorende content verdwijnen.
Hoe jammer we het ook vinden dat we de blogaccounts niet kunnen overzetten, is het voor ons ook een kans op een frisse start. Het helpt ons om de kwaliteit, samenhang en redactionele richting van het platform te versterken. Op de nieuwe site blijft er wél een (beperkte) ruimte bestaan voor blogs. Wie opnieuw wil bloggen, zal zich opnieuw kunnen aanmelden. Op de nieuwe website leggen we straks duidelijk uit hoe die selectie verloopt.
Nogmaals dank voor je bijdrage aan DeWereldMorgen.be. We hopen dat je ons blijft volgen – en misschien zelfs opnieuw komt bloggen in de nieuwe formule.
Met vriendelijke groet,
De redactie DWM

Dat was niet de afspraak. Het zou om een nieuwe website gaan. Naar vorm, was gesuggereerd. Niet naar inhoud. Op 1 september biedt deze kernploeg van dit ogenblik [generaties volgen elkaar op – soms na slaande deuren] haar lezers een heel nieuwe, okselfrisse DWM aan. Met een redactie die naar eigen norm en inzicht bepaalt wat kwaliteit is. Bevrijd van iedere stem die tegen de ‘redactionele lijn’ [what’s in a word?] ingaat. Tabula rasa. Het is wat despoten klein en groot of hun uitvoerende bezettingsmachten vandaag nu eenmaal doen. Met het woord ‘helaas’ als vernietigend bewijs van gemis aan spijtinzicht. ‘Helaas kunnen jullie hier niet blijven onder dezelfde voorwaarden als voorheen. Als jullie zich hier willen vestigen zal het onder onze frisse voorwaarden zijn.’
Vormde de collectieve niet-conformering dan niet een bindteken voor al wie bij DWM, als lezer en schrijver, intekende?

Geschreven blijft geschreven
Dat papier geduldig is, vormde ooit de troostprijs voor de miljoenen kleinburgers die zich geroepen weten om hun gedachten uit te schrijven. Wat gisteren niet begrepen werd kan binnen twintig jaar betekenis krijgen.
Die talloze loners hebben buiten de harde digitale realiteit gerekend. In casu zijn ze op 31 augustus 2025 met een paar toetsen op de centrale knop al hun voorzichtige schrijfoefeningen kwijt. Hoe jammer de betaalde redacteurs dit in hun brief ook vinden.
Ach, kwijt. Het zal een groot woord zijn. Die nieuwe of oude hippies zullen beslist een map hebben voorzien in hun oude personal computer. Voor familie, vrienden en nabestaanden.
Er is wel degelijk een verschil. DWM bood – misschien ongewild – een breder platform dan DWM. Via DWM kreeg iedere vrijwillige communitard een direct spoor naar Google en andere zoekmachines. Ook als de bijdrage te min was ingeschat door de bezoldigde équipe, vond ze op die manier toch soms dankbaar haar eigen weg. En kon ze op die manier heel misschien iets bijdragen tot meer rechtvaardigheid. Dit toegevoegde, brede sociale-mediaspoor loopt vanaf 1 september dood.
Staat het niet ieder vrij tegen flinke betaling een eigen blog te openen? Jazeker. Met een knullige eigen vormgeving. Voor vier lezers in klein Vlaanderen [de artsen-specialisten staat ongetwijfeld het zweet in de handen van die ene amateurblogger die het nodig acht over hun erelonen en vennootschappen te zeuren]. Niet langer gedragen door het bredere huis van vertrouwen dat DWM bood.
Een woestijn vol amechtige roepers.
Maak het de ganzen wijs dat een beetje webmaster in het land van willing geen manier kan vinden om artikels te bewaren. Wist men op 31 augustus ook alle redactionele artikels van het bord of genieten deze – om collegiaal bepaalde kwaliteitsredenen of urgentie – een hogere bescherming?
Misschien naast sommige andere van zijn/haar/x soort, ervaart deze communitard de pennenstreek van DWM als een uithuiszetting op last van de deurwaarder. ‘Op 31 augustus zetten we al je meubelen op straat.’ Helaas.
De DWM die activistisch opkomt voor alle medemensen die slachtoffer zijn van onrecht, beslist hier zelf om daklozen toe te voegen aan het al bestaande overtal.

De Wereld Gisteren
DWM ziet het steeds groter. Met diepte-interviews, reportages en filmpjes. Voor minder dan Chomsky komt men niet meer buiten. Prominente zieners onder elkaar. Het zou een mogelijke richting kunnen aanwijzen. De communitards [waarin ‘tard’ als ‘te laat’ of ‘achterhoede’] wierpen wel vaker lokaal pluimgewicht in de schaal. Niet centraal op te merken door wie de wereldzeeën bevaart. Wel betekenisvol in een gemeente of een stad. Daar vond de frictieve stelling of argumentatie wel vaker haar/zijn/x weg. Al of niet met effect. Dat maakte nu eenmaal wezenlijk deel uit van de aantrekkelijke modus vivendi die tussen de vrijwillige burgerjournalist en DWM was gevonden. Als letterlijk genoteerd in de basisbeginselen van DWM: de verantwoordelijkheid ligt bij de auteur.
Zo was het goed.
Met het pad van de zelfbepaalde volwassenwording zou de DWM wel eens pijlen in beide eigen voeten kunnen verschieten. Wie met de grote meisjes meewil, moet de grote meisjes kunnen volgen. Qua actualiteit, nieuwswaarde, snelheid, directheid.
Voor het eerst is het voor mij zoeken geweest naar de huidige brooddames van DWM. Volg het geld.
Tot nu leek het me een amalgaam aan goedwillende en betrouwbare [meermaals gesubsidieerde] middenvelders, NGO’s. De Raad van Bestuur van DWM? Buiten een paar geprononceerde namen, nobele geëngageerde onbekenden. Alle vertrouwen, want representatief voor gevestigde koepelorganisaties in de beste pluralistische traditie.
Hebben zij zich eensgezind achter de keuze geplaatst om de redactionele lijn ondemocratisch niet naast maar boven de vrije stem te plaatsen? Zo ja, wil ik er de notulen wel eens op nalezen.
Mijn leeftijd maakt dat ik nog de tijd mocht kennen waarin iedere krant een kleur vertegenwoordigde. De fulminerende Jos Van Eynde schreef politiek met de Wagneriaanse allure van Karel Van Wijnendaele voor de koers. Literatuur was dat. De kindlezer kon zichzelf in dit kleurrijke spektakel zelf een oordeel vormen. We mogen best verzet aantekenen tegen iedere contentleverancier die die oordeelsvorming met al te weinig toelichting vernauwt en dit zelf benoemt als objectief, kwalitatief, geldig, urgent.
‘De schrijfstijl of toon zint me niet.’ Het kan een synoniem voor uitsluiting vormen. DWM onwaardig.

Willi Huyghe – ancien combattant

Geef een reactie

IN ALLE MEDISCHE STATEN TEGEN DE STAAT [Preview]

Van oppositie en [vooral] meerderheidspartijen mag men eensgezinde redelijkheid – versus goedkoop scoren – verwachten als een minister manifest het algemeen belang en dat van alle patiënten dient.
Politieke moed mag men parlementair beloond krijgen.
Het gaat hier dan ook over gezondheidszorg en beheersbare financiën [van particulier tot natie].

Inzet van een Debat
De doorzichtige slogan ‘staatsgeneeskunde’ zou enkel de te verwachten kramp mogen zijn van de groep zorgverstrekkers die onze ooit sterk ethische geneeskunde [en aanverwante beroepen] van binnenuit uithollen. De Amerikaanse leest wenst men geen enkele Europeaan toe. Toch is dit in opgang. En daarmee de arts – tot en met sommige huisartsen, de laatste burcht – die zich eigen tarieven veroorlooft. Met geldgewin als verzwegen argument.
De deconventionering woekert. Net zo de zelfbepaling. […]

ZIE HOOFDING ‘OPINIE’ VOOR VERVOLG

Geef een reactie

Geef een reactie

Geef een reactie

NATIONAL ANTHEMS FOR PEACE [Preview]

Pour la traduction : voir en bas de cette page [google translate]
For translation: see bottom of this page [google translate]

Origineel: Nationale Hymnen voor Vrede
Zie: Hoofding OPINIE.

EERSTE KENNISGEVING:
Tijdens de zomer van 2024 mochten we even grootschalige als boeiende als uitstekend georganiseerde sportevenementen meemaken. Olympische Spelen, EK voetbal, Ronde Van Frankrijk. Daarbij rijkelijk vertoon van vlaggen en nationale hymnen. Enige traditie en enige geëmotioneerde nationale trots, op toon gezet door een in regel gezwollen klankbeeld van trage blaasinstrumenten, horen erbij en mogen erbij horen.
Het meervoudig verlichte Frankrijk was gastland voor de Olympische symboliek van internationale zuster- en broederschap tussen volkeren.
Door de zin ‘aux armes, citoyens’ met gescherpte aandacht te laten doordringen, opende ik een doos van Pandora in mezelf. Te vaak had ik neuriënd meegedreven op de herkenning van de melodie, zonder terdege na te gaan welke boodschap ik sinds lang met de woorden internaliseerde.
Zou het tot atleten op hun schavot als winnaar of op een voetbalplein doordringen dat ze bij het bezingen van hun land soms hun sportieve opponent naar het leven staan? Met de vlakke hand op het hart. Als deze topsporters het niet beseffen, wat dan met de massa aanwezigen in stadions en pleinen?
[…]

VOLLEDIG ARTIKEL: ZIE ONDER HOOFDING OPINIE.
Alle initiatief is welkom.
Alles op Alles voor de wereldvrede die we als Mensen verdienen. Recht én Plicht in één.

_____________________________________________________________________________________

English Version [Preview]

MARCH 2025 – NATIONAL ANTHEMS FOR PEACE

During the summer of 2024, we witnessed a number of sporting events that were as large-scale as they were fascinating and excellently organised. The Olympic Games, the European Football Championship, the Tour de France.
With a rich display of flags and national hymns. A fanfare of tradition and national pride to stir the emotions, set to music in a swollen soundscape of slow wind instruments. These are the expected ingredients, and they have their place.

France, with its rich tradition of enlightenment thinking, was the host country and the setting for the Olympic symbolism of international sisterhood and brotherhood. 

By allowing the sentence ‘aux armes, citoyens’ to penetrate my mind with sharpened awareness, I opened a Pandora’s box in myself. Too often I had hummed along on the recognition of the melody without properly considering what message I had thus internalised with the words.

Would it dawn on athletes on their scaffold as winners, or to players on a soccer field, that when they sing praises to their country, they may be expressing a desire to take out, i.e. kill, their sporting opponent? With the hand on their heart. If these top athletes don’t realize it, what about the masses of people in stadiums and squares?

THE NEGATIVE SIDE
An anachronism
I can live with a national anthem that is no longer of this time. It is the least of all nationalistic evils. I much prefer old-fashioned romanticism rather than modernist, smooth nonsense. Our Dutch neighbors and our own little Belgium have exhibited similar grandiloquence (Wiertz-worthy) in our bombastic lyrics.
One must wonder what meaning is still evoked by phrases such as ‘holy land of the fathers’ – ‘Our soul and our heart are devoted to you’ – ‘The blood of our veins [orig: ‘adren’] in young and old. And what about the solemn Wilhelmus of the Netherlands? ‘I am, of German blood, faithful to the fatherland until death. A Prince of Orange am I, quite fearless, I have always honored the King of Spain.’ – ‘My God, please preserve thy faithful servant, that they may not surprise me in their wicked courage, and wash their hands in my innocent blood.’ And so on and so forth. […]

FULL ARTICLE: SEE UNDER HEADING ‘OPINIE’
All initiatives are welcome.
All out for the world peace that we deserve as Humans. Right and Duty in one.

Geef een reactie

IN VREDE LEVEN EN STERVEN [Preview]

Zeventigers als wij krijgen voortdurend met verlies en afscheid van vertrouwden te maken. Het zou de gang van het menselijke bestaan zijn. We leren er mee verder leven.
De opeenvolgende begrafenissen die ons deel zijn hebben een overtal aan associaties gewekt, indirect en direct aan dit convent verbonden.
In deze te haastig geschreven en weinig geordende bijdrage, geef ik een paar bedenkingen hun vrije loop.

Mens
In de na- [of pre-] oorlogstijdspanne waarin onze jaren van jong naar al te snel veel ouder tikten, noteerden we doorheen onze tijd bij dit definitieve afscheid een toenemende veelkleurigheid. Ook de traditioneel christelijke begrafenis die mijn opvoeding me in mijn jeugd als vanzelfsprekend oplegde, kreeg ik gaandeweg ingeruild voor een minder strakke religieuze regie. Priesters die woorddiensten in hun kerk toelieten, boden de vrienden en familie ruimte om hun waardering voor hun overleden metgezel uit te spreken. In teksten waarin het tedere zoeken centraal stond en minder de bijbelreferentie.

Die – helaas misschien eenmalige – aandacht voor leven, inzicht, werk, betekenis van het overleden mensenkind, zinde mijn zestienjarige zelf bijzonder. De ontwikkeling van het bovenmenselijke naar het humane perspectief, liep parallel met wat ikzelf doormaakte. Het door het doopsel ‘van God’ terug ‘naar God’ bij het levenseinde vond ik een depersonaliserende vorm van recuperatie.

Ritueel
Om vroegkinderlijk bij agnostiek uit te komen en er voor mijn verdere bestaan betrekkelijke rust te vinden, moest ik doorheen een complex proces. Wie bij volle bewustzijn afstand neemt van gevestigde opvoedingswaarden, waaronder geloof, maakt scherven. Dit gevecht kon voor mij maar zin krijgen als het niet enkel om mezelf zou gaan. Voor egocentrisme wilde ik niet moederlijk in de wieg gelegd zijn.
[…]

[DIT ALS AANZET – HET VOLLEDIGE ARTIKEL VIND JE ONDER DE HOOFDING ‘OPINIE’]
Ook gepubliceerd in De Wereld Morgen.

Geef een reactie

SOS HUISARTSEN? [Preview]

Een Missie

Meer dan veertig jaar heb ik meegeleefd met een gedreven artsenpraktijk. Letterlijk in huis gehad.
Het zou enig recht van getuigenis kunnen geven. Onze lage drempel was een vrije keuze, met tot enige jaren geleden vast nog een open consultatie. Zonder afspraak, dus.
We behoren tot de fractie van onze voluntaristische generatie, die zich heeft afgezet tegen de pillen- en vijfminutengeneeskunde. Iedere patiënt kreeg alle ruimte die vereist was [wat zich vertaalde in langere wachttijden, die de patiënten vanuit een positieve invulling aan elkaar doorvertelden].
Dat de zorg voor de patiënten een behoorlijke impact gehad heeft op ons gezinsleven met opgroeiende dochter en zonen, is een eufemisme. Aan onafgebroken telefoon en aanbellen went men niet. Evenmin aan alle noodzakelijke (administratieve) opvolging bovenop de raadplegingen en huisbezoeken. We hebben dit wel nooit als een belasting ervaren. Het hoorde erbij. We zagen het als een voorspelbaar gevolg van een professionele levenskeuze, een passie, missie. Huisarts mogen zijn is een eer, een genoegen en een verrijking.

[VOLLEDIGE BIJDRAGE: ZIE HOOFDING ‘VRIJE MENINGEN’.
Eveneens gepubliceerd In De Wereld Morgen.

Geef een reactie

ONS KADASTRAAL BINNENKOMEN [Preview]

In perspectief
Wij, vijfenveertig jaar jonger, vonden nog betaalbare en afbetaalbare woningen. In meerdere opzichten een mooie tijd vol verwachting. Met ook energiecrisis, verplichte autoloze zondagen wegens wereldwijde energiecrisis, GESKO en DAC-statuten, maar laten we het bij de woningen houden. Onze dochter, zonen en hun leeftijdsgenoten verdienen vandaag op hun jonge leeftijd meerdere veelvouden van wij toen, maar moeten al hun financiële zeilen bijzetten om zich een eigen woning te kunnen aanschaffen. Bizarre vooruitgang is dat.
Om in onze wonderjaren van toen een woning te zoeken doorkruisten we de stad en noteerden de adressen van leegstaande woningen of gebouwen die er onderkomen uitzagen [waaronder ook een wijkschooltje, een vroegere pastoorswoning, het vroegere bureel van een gemeentelijke administratie]. Met die adressen brachten we een vriendenbezoek aan de diensten van het kadaster. Een sacrale plek, waar we bibliotheekgewijs en met hulp van een bedreven ambtenaar in middeleeuwse registers van groot formaat de eigenaar van de genoteerde panden of gronden konden terugvinden. Daarna konden we met haar of hem in overleg gaan en een evenwichtige overeenkomst onderhandelen. Eenvoudig en correct.
Op die manier wonen we nu nog in het huis dat we toen kochten.

Wie zoekt vindt niet
In overeenstemming met onze gezegende leeftijd in de tegenwoordige tijd zochten we vorig jaar bedachtzaam een plek waar we samen nog ouder kunnen worden dan we al zijn. Op die manier zouden we meteen tegemoetkomen aan de uitgeschreeuwde woningnood in alle steden en plaats maken voor jonge gezinnen met kinderen.
Een eerste exploratie van de mogelijkheden die de ‘woonmarkt’ ons bood leerde dat we beter gewoon thuisbleven.
De prijzen voor nieuwbouw zijn belachelijk hoog. Bizarre vooruitgang, opnieuw.

Een paar ontsierende panden met jarenlange leegstand of verwaarlozing intrigeerden ons, vervolgens. Waarom geen renovatie overwegen?
En dus: het kadaster. Online, vandaag. Nog zo gemakkelijk. Vanuit wat men halfgaar de luie zetel noemt.

Toegankelijke informatie
Op basis van de genoteerde adressen leverde de zoekfunctie van de kadastrale website me indrukwekkende bovenzichten van woningen, tuinen, straten. Vervolgens was ik één stap verwijderd van een kennismaking met de eigenaar. Dacht ik.
De wet op de privacy was in deze context niet bij me opgekomen.

[VERVOLG: ZIE ‘VRIJE MENINGEN]

Geef een reactie

MISSEN WIJ – BIB – IETS? [Preview]

CD EN DVD ALS ERFGOED

Ethiek en zin voor verhouding mogen ons nooit vreemd worden. Alle verdwaasde moord en doodslag in de wereld waarin we vandaag te leven hebben, maken dat de stoelwisselingen bij VLD of de voorspelbare lijsttrekkers bij de voormalige SP onze koude kleren niet raken. De trieste macht van de inner circle, ver weg van het algemeen belang. Zolang weinigen zich zorgen blijven maken over de opgetelde schulden van onze natie en haar deelstaten, trekken we misschien onze wenkbrauwen nog op voor de schaduw van het stikstofdecreet. ‘Het is nu echt niet moeilijk om het kleine te relativeren’ schreef een vriend pertinent.

Diep van dit bewustzijn doordrongen, laat ik me in deze bijdrage in met – eh – de openbare bibliotheek. Omdat dit marginale belang, deel van een volkscultuur, al een respectabele tijd stof vergaart in mijn schuif en ik het kwijt wil voor mijn vergeten me inhaalt.
Niet meer dan een voetnoot. Eventueel een memo voor een eventuele komkommertijd.

Kinderlijke verwondering
Sinds geruime tijd kijkt deze zeventiger in iedere gemeente en stad aan tegen een ‘BIB’. Zijn ogen willen niet meer wennen aan de ontwaarding van zijn taal. Straks moet de bibliothecaris zichzelf Bibber noemen. Tot daar. We kijken tegen veel ergere kwesties aan.
Mijn regelmatige bezoeken aan de Gentse Krook zijn onder meer het gevolg van de val van het Romeinse videothekenrijk. Zelf ruim van boeken, CD’s en vinyl voorzien, zocht ik er in de eerste plaats deugdelijke films.
De uitgebreide CD-collectie in de mediatheek was mooi meegenomen. Met DVD en CD binnen handbereik kreeg ik een rijkdom aan exploratiemogelijkheid aangeboden. Wel was het voor deze goede huisvader even wennen.

[…] Voor de volledige bijdrage: zie: VRIJE MENINGEN.

Geef een reactie

DE DODE HOEK VAN DE JEUGDHULP [Preview]

De straks zeventigjarige auteur van deze bijdrage mag zich een veteraan noemen in de residentiële begeleiding van ernstig getraumatiseerde jongeren.
Ooit was ikzelf een lastige puber van liefhebbende, hardwerkende middenklasse-ouders. Mijn donquichotteske exploratie deed me professioneel landen bij het sociale werkveld. ‘Extreem moeilijk opvoedbare jongeren’ had ik in een brochure gelezen. Voor minder uitdaging deed ik het niet. Soort zocht soort.
Wist ik veel waarmee ik vanaf mijn eerste werkweek te maken zou krijgen. ‘Heb jij dan nooit gestolen?’ treiterde een jongen me met zijn zakken vol snoep die hij uit een winkel gejat had. Ik moest nadenken. ‘Neen’ kon ik haast beschaamd toegeven. Het moeilijkste moest nog komen: hem de winkel terug binnen sturen, hem laten bekennen, het snoepgoed laten teruggeven en zich verontschuldigen. De jongen, zestien en breedgeschouderd. Twaalf eensgezinde bendeleden van hetzelfde slag. Ik, een eenentwintigjarige scout.
Wie een paar jaar geleden beweerde dat het begeleiden van jongeren steeds lastiger werd, klasseerde ik onder onwetend. Behoorlijk confronterend was dat, zo’n leefgroep met dertig [jawel] in één lokaal van kale muren met één televisie en twee slaapzalen. Vlaams- en Franstalig. Dreigen, liegen, stelen, op de vuist gaan, beschadigen, tieren, intriges, intimidatie, bendevorming, ontsnappen, naar een schaar grijpen, de wet van de sterkste, met eten gooien. Meest indringend: de voortdurende agressie, manifest en latent. Altijd kon in een uithoek van de leefgroep een brand uitslaan. Hoe overleven? Hoe ermee omgaan? Hoe zou mijn moraliteit hier uitkomen?
Mijn kracht: ik was geen opgever. Mijn steun: die zogeheten delinquenten hadden mijn gemoed gestolen.
Ze lieten me lachen, verbaasden me, zorgden ervoor dat ik hen te slim af was. De uitdaging die ik gezocht had. Ze brachten me relativerende bescheidenheid bij, bevrijdden me van mijn middenklasse-hoogmoed, mijn ‘weten’, mijn klaarstaand oordeel. Daardoor kreeg ik toegang tot hun defensieve burcht.
Naarmate mijn professionele tijd vorderde zocht ik steeds gerichter de gevarenzone op. De jongeren die men als restgroep gedumpt had. De allermoeilijksten. Een waslijst ‘feiten’, twaalf keer wegens ‘onhandelbaar’ de deur gewezen, vijf scholen gepasseerd, tientallen ‘laatste kansen’, de jeugdrechter, bedreiging of diefstal met geweld, Beernem of Mol, chronisch spijbelen, werk kwijt na twee weken. Een allegaartje, bij wie oorzaak en gevolg op elkaar kleefden. Een dossier als een telefoonboek. Verslagen waarin specialisten inzichten noteerden die nauwgezet tegenstrijdig waren. Was het, ook verstandelijk, niet willen of niet kunnen? ‘Kinderen die Haten’ noemden Redl en Wineman hen bijzonder treffend. Lang geleden.
De dode hoek van de Bijzondere Jeugdzorg werd in onze leefgroep haarscherp duidelijk. De [jeugd]politie, de kinderpsychiatrie, de centra voor geestelijke gezondheid, de diensten voor personen met een beperking en de sociale scholen tastten in het duister. De overheid wist van toeten. Eens ‘geplaatst’ was het aan ons.
Onze voorziening was sectoraal negatief gesitueerd als ‘criteria- en drempelloos’. Een vuilnisbak. Met de opvoederséquipe beslisten we om van die laagste drempel onze sterke kant te maken. ‘Laat maar komen’ propageerden we. Vandaag zou men deze opstelling ‘onvoorwaardelijke acceptatie van de hulpvrager en haar of zijn hulpvraag’ noemen, maar wie door de jeugdrechter geplaatst werd, was geen hulpvrager en niet van onze hulp gediend. Hun nood was des te urgenter. Later kon ‘blijf met uw poten van mijn lijf’ doorgaan voor een ‘niet-geëxpliciteerde hulpvraag.’ Kijk eens aan.

Nestwarmte
De verslagen die we lazen beschreven hun zieke of afwezige thuissituatie. Wat de jongere in de leefgroep uitleefde was resultante, product, reproductie. Ieder van hen had een nest. Desnoods ingebeeld. Om hun voortdurende woede-op-alles te begrijpen, moest ik dichter bij bronnen komen. Mijn eerste bron was ikzelf. Nagaan welk wangedrag ikzelf zou stellen als men mij existentieel aan mijn lot zou overgelaten hebben.
Die inleving hielp.
[…]

[Dit is enkel een kennisgeving. De volledige bijdrage vind je onder de hoofding ‘Vrije Meningen’ – Het artikel is eveneens gepubliceerd bij De Wereld Morgen: https://www.dewereldmorgen.be/de-dode-hoek-van-de-jeugdzorg.

Geef een reactie

GRAVEN VAN VLAANDEREN IN GENT [Preview]

PREVIEW [voor volledige bijdrage: zie ‘VRIJE MENINGEN’]

Als burger telkens weer energie opwekken voor op voorhand verloren campagnes, telkens weer achter de feiten aanlopen. Een mens maakt er zich belachelijk mee, niet hopeloos. Ik scoor hoog voor die status in mijn euvele pogingen om onze beleidswerkers – al was het maar eventjes – een verboden pedagogische tik uit te delen. Had ik nu echt gedacht dat Vooruit, na al het geld dat daarin gestoken is en ook de pers het vlot in de pen neemt, nu plots opnieuw SP zou heten omdat ik dat vind? Wees gerust: niet echt.
Eens verkozen en van een stemveilige coalitie verzekerd, rijdt de trein van de bestuurders immers op eigen sporen. Wie houdt hen tegen? De oppositie? Wie wat waar oppositie? Hoeveel zitjes tellen die als het op stemmen aankomst? Resten nog die paar eeuwige klagers als ik die in hun achterhaald middeleeuwse gedachtegoed blijven neuzelen. Die moet men negeren, gewoon in eigen nat wegzetten, als het kan ridiculariseren. Mijn taal neemt onvoldoende afstand, leest niet voldoende academisch en schrijft allerminst met de positieve saus die de heersende mode me oplegt. Zo slaag ik er bijvoorbeeld maar niet in fantastische woorden te vinden voor de onder ieders ogen toenemende armoede. Wie weet zijn die eeuwige klagers representatief voor de scheefgroei tussen burgers en politiek bedrijf. Dit enkel voor positieve overweging.

Positief Bouwsel
Acht weken krijgen we dus om op amateuristische basis een helder alternatief te bedenken voor het bouwsel naast het Gravensteen. Neen, correctie. ‘Politiek’ staat het bouwsel zelf niet meer ter discussie, wel krijgen we nog ruimte om alternatieven te suggereren om het Gravensteen meer toegankelijk te maken. Acht volle weken. Deze ‘opening’ krijgen we inhoudelijk geparkeerd onder ‘burgerparticipatie’. Dat is durven. Wie als burger een beetje met het politieke raderwerk vertrouwd is, gelooft er geen snars van. Niet lang geleden hadden we in die stijl al het onwerkbare Burgerkabinet voor het circulatieplan dat ondertussen voorspelbaar dood en begraven is. Liever Stalin dan het dubbeltongige bedrog van de schijndemocratie en de schijnparticipatie. Machtsbestendigende, legitimerende inspraak beweegt zich tussen ergerlijk en kwaadaardig. Ze beschaamt onze democratie. 
De Gentse – overheen alle kleuren en gezindheden eensgezinde – coalitie heeft zichzelf en de toeristen het bouwsel cadeau gedaan. Daarmee is eigenlijk alles gezegd. ‘We gaan daar toch niet meer op terugkomen? We moeten Vooruit.’

Bronnenmateriaal
Misschien voor de goede orde toch maar beter terug naar de bron en naar de Gentse bewoners. Hoe, waar en waarom is dit nare plan tot stand gekomen? Welke plaats had dit in het bestuursakkoord? 

[…]

Willi Huyghe – Eveneens gepubliceerd bij De Wereld Morgen.

Geef een reactie

BLOG: TE VOLGEN?

Wat een woord, ook, ‘volgen’. Haast religieus. Of [soms erger] politiek.

Helemaal onderaan deze frontpagina, amper te zien, kan je toch jouw aangeboren of verworven  nieuwsgierigheid in deze OuweZeur-blog materieel bevestigen. Zo krijg je af en toe een herinnering dat deze site bestaat.
Het icoontje aanklikken en de instructies, welaan dan, volgen.

Op die manier kan zich het eerste groepje niet-volgers van een blog vestigen.

Geef een reactie